Menu
0 Comments

Vancouver & Victoria

Na onze reis in Japan moet mijn man weer aan het werk. Voor het eerst moet hij voor zijn werk naar Vancouver in Canada en kan hij een ticket voor mij regelen. Ik besluit dat ik van de vrijheid die ik momenteel heb moet profiteren en ga mee. Een paar dagen zijn we samen in Vancouver.

Vancouver is vernoemd naar een Engelse kapitein die in 1792 naar de streek kwam: kapitein George Vancouver. Aangenomen wordt dat de stad indirect vernoemd is naar de Nederlandse stad Coevorden. Als achternaam werd hier gebruikt van Coevorden, wat uiteindelijk de achternaam Vancouver is geworden. Zelfs als Nederland een gebied niet ontdekt of gekoloniseerd heeft, weet ze er toch haar stempel te drukken.

In deze 2 dagen dat we er zijn, doen we niet heel erg veel. Het regent bijna continu en bovendien zijn we vrij uitgeput van de reis en de jetlag. Dit is voor mij de eerste keer dat ik écht een jetlag heb, normaliter kan ik mij vrij snel en makkelijk aanpassen aan een nieuwe tijdzone. Gek is het niet, want het is hier 16 uur vroeger. We zijn om 12.00u uit Hong Kong vertrokken en komen na 12 uur vliegen om 08.30u dezelfde dag aan. We zijn dus 3,5 uur terug in de tijd gevlogen. We hebben daarmee wat extra tijd in Vancouver, maar ons leven zal hierdoor helaas niet langer duren. Dat zou toch mooi zijn, als je je leven zo zou kunnen verlengen. Wegens het grote tijdsverschil slapen we overdag wat en kunnen we ’s nachts niet slapen. We wandelen wat rond in de stad, maar doen niet heel veel, omdat het echt continu regent en koud is. Dit is echter geen uitzondering en om deze reden wordt de stad ook wel Raincouver genoemd. Het blijkt een stad van bijnamen te zijn, want het heeft nog een andere bijnaam en dat is Hongcouver. Je raadt het al, vanwege het groot aantal Hong Kongers dat hier woont. Ons hotel bevindt zich in het zuidelijke gedeelte van de stad en wanneer we daar rondlopen hebben we inderdaad het gevoel in Hong Kong te zijn. Hoewel we de wolkenkrabbers missen, lopen er ontzettend veel Chinezen rond en vinden we vele Chinese restaurants zoals dimsum en hotpot. De meeste Hong Kongers zijn eind jaren ’90 naar Vancouver vertrokken, toen Hong Kong van Britse naar Chinese handen ging. Ongeveer 30% van het totaal aantal inwoners van Vancouver is Chinees, Hong Kongers inbegrepen, en velen wonen in de wijk Richmond in het zuiden van de stad.

Echt onveilig is Vancouver niet, maar toch kan ik niet geheel ontspannen op straat lopen vanwege de sfeer die er hangt. Vooral in bepaalde gebieden in het centrum lopen af en toe wat rare figuren langs. We zijn ook getuige van een vechtpartij tussen twee mannen. Om het gevecht te staken, spuit één van de mannen zijn pepperspraybus leeg in het gezicht van de ander. Wij kunnen de spray gelukkig net ontwijken.

Wanneer we beginnen te wennen aan het tijdsverschil moet mijn man weer weg. Ik verlaat de stad ook, nee niet om terug te gaan naar Hong Kong, maar om door te gaan naar Seattle in de USA. De USA en Canada zijn goede buren, maar niet met elkaar verweven. Daarom kun je het verhaal over Seattle hier lezen.

Na Seattle ga ik door naar Victoria op Vancouver Island, terug naar Canada. Vancouver Island is ongeveer zo groot als ¾ van Nederland, dus zeker geen klein eiland en ik heb nog steeds niet veel tijd, dus ik kan alleen een stuk van de stad Victoria verkennen. Er wonen zo’n 800.000 mensen op het eiland, waarvan de helft in de hoofdstad Victoria in het zuiden.

Ik blijf weer logeren bij een couchsurfer. Ik heb geluk, want hij heeft wel tijd en neemt me mee op zijn Harley Davidson motor. We gaan naar het Goldstream Provincial Park, naar de rivier. Elk jaar trekken miljoenen volwassen zalmen de rivieren in, terug naar hun geboortegrond om te paaien. Deze jaarlijkse zalmtrek schijnt fantastisch te zijn om te zien, maar daar ben ik helaas te laat voor. Het vrouwtje kiest een goede plek uit om de eitjes neer te leggen. Daar er meer mannetjes dan vrouwtjes zijn, vechten de mannetjes er om wie de eitjes mag bevruchten. Romantisch en begrijpelijk is het niet, want een paar dagen na het paaien, gaan zowel het vrouwtje als het mannetje dood. Best tragisch, één keer seks en je tekent je doodvonnis. Het kleine zalmpje wordt ook direct als wees geboren. De paaitijd is al voorbij en er liggen tientallen zalmen langs de kant van de rivier weg te rotten en te stinken. Niet echt een prettige geur en gezicht. Er vliegen een heleboel zeemeeuwen, reigers en zeearenden boven de rivier op zoek naar een lekker hapje.

Er is behoorlijk wat flora en flaura te vinden op Vancouver Island. Naast deze dieren, zie ik later in de zee ook een aantal zeehonden zwemmen. De natuur op het eiland is erg mooi.

Aan het einde van de middag ga ik naar de Butchart Gardens. Dit is een erg populaire bezienswaardigheid: een tuin van 22 hectare met verschillende thema’s. Zo is er o.a. een rozentuin, een Japanse tuin en een Italiaanse tuin. Het is al donker wanneer ik arriveer, dus ik zie helaas niet zoveel meer van de tuin zelf. Wel zijn de Butchart Gardens heel erg mooi verlicht met diverse lampjes. Ik vind het jammer niet meer van de tuin te kunnen zien, bovendien is het erg koud, dus ik heb er snel genoeg van.

Ik neem de bus terug naar mijn logeerplek, deze busrit is echt hilarisch. Er zitten veel dronken mensen in de bus. Op een zaterdagavond zou dat nog niet zo heel gek zijn, maar voor een normale dinsdagavond om 21.15u vind ik het toch wel apart. Bijna de gehele rit wordt ik vermaakt door de dronkelui. Een vrouw van middelbare leeftijd begint tegen de chauffeur te praten. “Ik moet naar de shopping mall. Stopt de bus daar?” Chauffeur: “Ja. De shopping mall is over twee stops.” Vrouw: “Stop je daar?” Chauffeur: “Ja, dat doe ik.” Vervolgens wordt er door een andere passagier in de bus hard en met een heel Amerikaans accent geroepen: “Home sweet home! Home sweet home!” De vrouw gaat weer verder tegen de buschauffeur: “Stopt de bus bij de shopping mall?” Wanneer de vrouw de chauffeur eindelijk met rust laat, gaat het verhaal verder met twee jongeren. Een jongen loopt naar de buschauffeur om te vragen of het kaartje dat hij eerder al heeft laten zien, wel echt goed is om  mee te reizen. De chauffeur zegt dat het in orde is. Een vriendin van de jongen is het daar niet mee eens en zegt tegen haar vriend dat hij echt niet met dat kaartje kan reizen. Nu loopt zij met het kaartje van de jongen naar de chauffeur en de chauffeur zegt weer dat het in orde is. De vriendin is het er nog steeds niet mee eens en begint tegen haar vriend te schreeuwen: “You have to get out of here! Are you brain dead!?” Het was een hele aparte busrit, maar ik heb me wel vermaakt. Gelukkig zaten, naast mij, nog wat andere nuchtere mensen in de bus.

De volgende dag loop ik naar een meer, waar ik een wandeling van een uur maak. Het meer is mooi met veel dennenbomen in de omgeving, mensen die hun hond uitlaten een strandje. Met zo’n 3 graden Celcius is het nu veel te koud om te zwemmen, maar het is wel mooi open weer. Vervolgens ga ik richting het centrum waar ik door Chinatown loop en langs de kust. Er staan een heleboel mooie, koloniale gebouwen met Engelse invloeden. In 1849 werd Vancouver Island een Britse kolonie, vandaar de vele Britse invloeden die te vinden zijn in de stad. De hoofdstad Victoria is vernoemd naar de Britse koningin Victoria. Behalve Britse invloeden, kan ik ook wat Nederlands vinden in de stad. In de Canadese supermarkt koop ik speculaas uit Nederland en er is een gebied in de stad dat Holland Point heet. De reden voor deze naam is mij nog niet duidelijk, dus mocht jij het wel weten dan hoor ik het graag.

Na Victoria ga ik terug naar Vancouver. Ik verblijf daar in een hostel, ook vaak een goede plek om mensen te ontmoeten. Het hostel organiseert uitstapjes en ik ga mee naar Lynn Valley. Een mooie, groene vallei met rivieren en hangbruggen. Er staan veel waarschuwingsborden in het park. Sommige waarschuwingen zijn best origineel, bijvoorbeeld: ‘Your fear is much smarter than you. Don’t cliffjump’ (Jouw angst is veel slimmer dan jij. Spring niet van de klif.). Het is superfijn om in het park te zijn. Hoewel Vancouver geen megastad is zoals Hong Kong, ben ik nog steeds het liefst in de natuur. Heerlijk de frisse lucht. Gelukkig is Raincouver ook zo vriendelijk om zijn naam deze dagen geen eer aan te doen, het is vrij droog.

De volgende dag ga ik samen met een Mexicaans meisje dat ik ontmoet heb in het hostel naar Whistler. Dit is een skigebied, waar in 2010 de Olympsiche Winterspelen hebben plaatsgevonden. Er zijn twee hoge bergen: Whistler en Black Comb. We overwegen om te gaan skiën, maar gezien onze zeer beperkte ervaring en tijd, laten we de ski’s toch maar beneden en nemen we de skilift naar boven. Whistler is 670 meter hoog. Het uitzicht dat we uiteindelijk hebben over de bergen en het dorp beneden is adembenemend. Ondertussen worden we aan alle kanten voorbij geskied en krijgen we bijna spijt dat we het toch niet even geprobeerd hebben. Wat ook jammer is, is dat mijn sportschoenen niet zo goed isoleren op de sneeuw en ijsklompjes maken van mijn voeten. Gek genoeg is het op de berg wel warmer dan beneden in het dal. Af en toe is er een opwaartse wind, die hier voor zorgt.

Na mijn bezoek aan Whistler, zit mijn tijd in Noord-Amerika er al op. Met name de omgeving van Vancouver, de natuur, vond ik prachtig. Toch is het tijd om terug te gaan naar de grote, drukke stad in Azië.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *