Menu
4 Comments

Chengdu: meer dan zwart-wit


“It’s black, it’s white
It’s tough for you to get by (yeah, yeah, yeah)
It’s black, it’s white”

(Black or White – Michael Jackson)

Na een paar maanden hard werken is het tijd voor vakantie. We gaan drie weken op pad door Azië, met een hele interessante hoofdbestemming. Niet relaxen op het strand, maar vooral veel leren over de geschiedenis en cultuur.

Onze reis begint in Chengdu, West-China, waar we via een korte vlucht beland zijn. Chengdu ligt in de provincie Sichuan en is dé stad van de grote zwart-witte knuffelbeer: de panda. De provincie Sichuan is één van de weinige plekken ter wereld waar het grote dier nog in het wild gevonden kan worden en dit stoppen ze zeker niet onder stoelen of banken. We zien werkelijk ó-ve-ral panda’s, panda’s en panda’s. Op posters, advertenties, bussen, taxi’s, muurschilderingen en zelfs op vuilniswagens. Ook ons hotel is in complete pandastijl met in de hal een kunstgrasveld met daarop pandabeelden. We kunnen er niet omheen en het eerste wat we doen is dan ook een bezoek brengen aan het pandareservaat: de Chengdu Research Base of Giant Panda Breeding.

Het park is ontstaan in de jaren 80 toen zes zieke reuzenpanda’s gered werden. Het aantal inwoners is inmiddels gegroeid tot ongeveer 50 panda’s. Het is een erg groot, mooi, rustig en groen park en niet alleen de reuzenpanda is er te vinden, maar ook de rode panda. Lang werd gedacht dat de dieren verwant zijn, maar tegenwoordig denkt men daar anders over. Een leuk weetje is dat het woord “panda” een verbastering is van het Nepalese woord (nigalya) ponya, wat vrij vertaald ‘bamboe-eter’ betekent.

De panda’s verblijven niet in kale, kleine kooien, maar in een grotere ruimte in de openlucht, wat meer lijkt op hun natuurlijke leefomgeving. Wanneer de zoogdieren groot en sterk genoeg zijn, worden ze in de vrije natuur gezet. Het voornaamste doel van het park is het (wetenschappelijk) onderzoeken en fokken van de bedreigde dieren, en niet slechts het aantrekken van toeristen. Al is het geld dat dit opbrengt uiteraard meer dan welkom om de hoofddoelen mee te financieren. In totaal zijn er, volgens het WNF, nog ongeveer 1800 wilde reuzenpanda’s te vinden op de wereld. Door toedoen van de mens is het leefgebied van de reuzenpanda steeds kleiner geworden en wordt hij nu met uitsterven bedreigd. Om het in een spreekwoord uit te drukken: de reuzenpanda is tegenwoordig een “witte raaf”. Al lijkt de situatie van het dier de afgelopen jaren weer een klein beetje te verbeteren en is de status aangepast van “bedreigd” naar “kwetsbaar”.

De rode panda’s zijn een stuk flexibeler en beweeglijker dan de grote zwart-witte dieren. De reuzenpanda’s zijn logger en stijver en wellicht zijn ze daardoor nogal lui. Af en toe bewegen ze wel, ze draaien zich om, krabben zichzelf, spelen samen, of klimmen in een boom. Het grootste deel van de dag brengen ze etend door. Een volwassen panda verslindt dagelijks gemiddeld 25 kilo bamboe, al zijn er ook dagen waarop ze het dubbele weggewerkt krijgen. Om het in perspectief te plaatsen, gemiddeld weegt een reuzenpanda bijna 100kg. Naast eten, houden ze ook van slapen. Het kost namelijk nogal wat energie om al die bamboe te verteren.

Er zijn recentelijk drie baby reuzenpanda’s geboren in het park. Ik verbaas me erover hoe klein ze zijn, het formaat is vergelijkbaar met de puppy’s van een hond. De babypanda’s worden roze geboren en verkleuren in ongeveer 3 weken naar zwart, met een zwart-witte vachtkleur. Hoewel alle pandaberen een hoog knuffelgehalte hebben, kan vooral de reuzenpanda gevaarlijk zijn voor de mens. Het is en blijft een roofdier met hele sterke klauwen, dus laat je niet bedriegen door zijn schattige uiterlijk.

Hoewel de panda’s de hoofdattractie van Chengdu zijn, is er nog veel meer te doen. De stad heeft veel weg van elke andere stad in China. Hoewel ze allemaal hun eigen identiteit hebben, zijn er ook veel overeenkomsten, zoals de grijze gebouwen, grote, kale pleinen en hetzelfde metrosysteem, maar ook traditionelere wijken met typische huizen en avondmarkten. Met de vele eetkraampjes en restaurantjes op de night market hangt er een leuke sfeer. Uiteraard ontbreken de ranzige “lekkernijen” niet. Wat dacht je van konijnenhoofd? Nou nee, dat is aan mij niet besteed. Mijn man heeft het wel ooit geprobeerd en volgens hem is het best een aanrader, maar in dit geval ben ik absoluut niet nieuwsgierig.

Ik kom op plaatsen waar ik nooit ben geweest
De volgende dag maken we een uitstapje met de trein naar Leshan. Het is best een uitdaging om treinkaartjes te kopen. Er staat een ticketmachine op het station, wat een uitkomst kan zijn, ware het niet dat je een Chinese ID kaart nodig hebt om daar gebruik van te kunnen maken. We moeten dus naar het loket, waar de mensen vaak geen Engels spreken. Met handen en voeten en gebroken Engels proberen we het “loketobstakel” te overwinnen en lukt het ons toch twee kaartjes te regelen voor de trein. Met die kaartjes krijgen we, na meerdere controles, toegang tot de grote stationshal waar we kunnen wachten. Een kwartier voor de trein vertrekt kunnen we “inchecken” en pas dan kunnen we doorlopen naar het perron en vervolgens de trein.

De kogeltrein brengt ons in no-time naar Leshan waar we bij Lingyun Mountain’s Qifeng Peak de Giant Buddha gaan bekijken. De reusachtige Boeddha van 71 meter hoog en 24 meter breed, is uit een rots gekapt en staat in een mooie, rustgevende omgeving, aan de rivier. Het beeld staat juist hier, omdat het de scheepvaart op de rivieren die in Leshan samenkomen, dient te beschermen.

Men zegt dat dit de grootste en hoogste Boeddha ter wereld is, maar dat heb ik tijdens mijn reizen in Azië wel vaker gehoord, dus of het waar is durf ik je niet te vertellen. Om je een betere voorstelling te kunnen maken van het formaat van het kunstwerk, zijn kleine teennagel is groot genoeg om minsten één persoon op te laten zitten. De provincie Sichuan lijkt wel het gebied van de giants te zijn.

Mijn man ziet inmiddels zwart van de honger en dus gaan we snel wat eten bij een soort (Chongqing) hotpot restaurant. Hotpot is erg populair in China en is te vergelijken met wat bij ons fonduen genoemd wordt. Een grote pot staat op tafel en is gevuld met een bouillon waaraan je diverse ingrediënten, zoals groenten, vlees en zeevruchten kunt toevoegen. Met het hele gezelschap zit je aan tafel en bereid je je eigen eten. Je kunt ervoor kiezen om een lichte bouillon in de pot te doen, of een pittige variant.

De Sichuanese keuken staat bekend om zijn pittigheid. Niet “gewoon” pittig, zoals rode chilipepers of zwarte peper, maar het zijn de speciale peperkorrels die ervoor zorgen dat je een verdoofd en tintelend gevoel in je mond en lippen voelt. En ja, als je pech hebt de volgende dag ook in je …. Hoewel ik pittig eten prima kan verdragen, hou ik niet van de Sichuanese pepers.

Na het eten brengt de bullet train ons in ongeveer een uurtje terug naar Chengdu, om ons de volgende dag naar Qingchengshan te brengen. We moeten een tijd wachten voordat we mee kunnen en komen uit bij de Qingcheng berg. Het is een mooie, rustige, groene omgeving. Er zijn weinig mensen in het leuke dorpje met traditionele huisjes. Wat opvalt zijn de Duitse bewegwijzeringsbordjes. Het dorpje, Tai’an Ancient Town, heeft wat weg van een Oostenrijks skidorp, dus we vragen ons af of de bordjes voor de “sfeer” neergezet zijn, of dat er normaliter veel Duitsers naar dit gebied komen. Mocht iemand het weten, dan hoor ik het graag! 🙂

Voordat we verder de bergen in gaan, lopen we een stuk langs de rivier en zien een heleboel watervalletjes. We hebben wat tijd verloren bij het wachten op de trein en daarom besluiten we de Jinli kabelbaan naar boven te nemen, wat best wel een beetje eng is, want deze ziet er nogal oud uit. Het is een dicht bakje en er kunnen vier mensen in. Tenminste volgens westerse standaarden, volgens de Chinezen kunnen er zes in. We lopen een stuk en nemen wederom een kabelbaan in plaats van te wandelen, gezien we niet heel veel tijd hebben. Ik dacht dat de vorige kabelbaan er eng uit zag, maar deze is nog veel enger! Deze is open en voor 2 personen, en ziet er meer uit als een kabelbaan die we kennen uit een pretpark, maar dan in een berggebied en met antieke uitstraling. Wanneer we naar beneden kijken, kijken we een diep, diep dal in en word ik stiekem wit om mijn neus. Ik ben blij wanneer ik weer met beide voeten op de grond sta. We hadden graag nog wat gewandeld, maar daar is geen tijd meer voor, want we moeten terug naar Chengdu en helaas moeten we met dezelfde kabelbaan terug naar beneden. Zoals je al merkt, hebben we het gelukkig wel overleefd.

We eten op de avondmarkt bij Jinli Street. Deze markt is bij een tempelcomplex en het ziet er zwart van de mensen. Het gebied is vrij toeristisch, maar het eten smaakt prima. Een populaire activiteit op deze markt is het laten schoonmaken van je oren, wat zo’n beetje een lokale traditie is. Mijn man waagt zich eraan en ik bekijk het ongeveer tien minuten durende schouwspel. Om alles goed te kunnen zien heeft de behandelaar een zaklamp op haar hoofd en wroet met een stokje en diverse witte watjes in mijn man’s oren. De overige details zal ik jullie besparen. Hij zegt dat het een prettig onprettig gevoel is, net als een massage die soms pijn doet. Ik stel de ervaring uit naar een volgende keer.

De laatste dag in Chengdu is inmiddels aangebroken en we besluiten nog wat meer van de stad te bekijken. Langs ons hotel bevindt zich het “People’s Park”, ofwel het Volkspark. Het is een verrassend mooi en rustig park, je merkt bijna niet dat je in de stad bent. Het lijkt meer op een bos dan een stadspark. Er zijn ook theehuizen te vinden waar het verbazingwekkend druk is voor een normale woensdagochtend. Midden in het park zien we een vrouw bij een kraampje staan. Ze verkoopt waaiers en is er zelf één aan het beschilderen. Ze zegt dat ze alle waaiers heeft beschilderd en hoewel ze een beetje zwart ziet van het liegen, nemen we er toch twee mee naar huis. Ze heeft een mooi verhaal vertelt over waar ze het landschap op de waaier dan geschilderd heeft, dat zou in Pengzhou in de provincie Sichuan geweest zijn. Ze drukt ons nog eens op ons hart dat zij alles zelf heeft geschilderd, maar nog geen vijf minuten wandelen later zien we dezelfde soort waaier al ergens anders. Ach, de waaiers zijn mooi en ze heeft in elk geval moeite gedaan om ons om de tuin, of het park, te leiden.

We lopen verder naar de Wenshu Monastery, een tempelcomplex met mooie rustige tuin en wederom theehuizen. Hier drinken we onze uitgestelde perzik bloesem thee en eten we wat. We krijgen verse, gedroogde thee in een potje met een kan water ernaast. Veel mensen brengen hun eigen theewater mee en kopen alleen de thee hier. Ze komen samen om te kletsen, eten en spelen. Ik voel me best thuis zo, want er zijn veel terrasjes. Het enige verschil is dat ze hier voornamelijk thee drinken in plaats van bier en wijn.

Aan het einde van de ontspannen dag, gaan we wat proviand inslaan voor de lange reis die we voor de boeg hebben. We zien een vrouw op straat die twee soorten fruit verkoopt, waarvan één soort op kleine perzikjes lijkt. Het ronde fruit, ter grote van een pingpongbal heeft een felle, maar wat doorschijnende oranje, rode kleur. De vrouw weegt wat fruit af en doet het in een zakje. Ik heb geen idee wat het kost, en met de waaiervrouw nog vers in mijn gedachten, geef ik haar 5 rmb. Ze kijkt van mij naar de man naast haar en begint hard te lachen. Ze zegt niks, we zouden haar toch niet verstaan, maar met haar lichaamstaal vraagt ze: “Is dit een grap?”. We betalen haar het vijfvoudige, lachen witjes en lopen terug naar het hotel om onze backpacks te halen en richting het treinstation te gaan.

Deze trein moet je echt vooraf boeken wil je verzekerd zijn van een plaats en we hebben onze kaartjes dan ook al op zak. De trein rijdt maar 3-4 keer per week en onze reis gaat, jawel, 37 uur duren. Hoewel Chengdu zeker de moeite waard is om te bezoeken, gaat nu het hoogtepunt van onze reis aanbreken. Figuurlijk en ook bijna letterlijk, want de trein gaat ons zeker tot hoge hoogte brengen.


4 thoughts on “Chengdu: meer dan zwart-wit”

  1. Remco says:

    Mooi Monique! Deze staat nog op mijn wishlist. Ik ben benieuwd naar het vervolg!

    1. Monique says:

      Het vervolg komt eraan… 🙂

  2. Louise says:

    Complimenten Monique!!
    Weer mooi geschreven en zelfs humoristisch! Ik zie het al voor me: jullie twee in een krakkemikkige kabelbaan, tientallen meters boven de grond… je moet er dan inderdaad op vertrouwen dat alles goed gaat!
    En dat Rudolf zich waagt aan die oorzuivering… dát zou ik ook voorbij laten gaan, denk ik!
    Maar misschien heb ik het wel nodig…
    Ik ben ook benieuwd naar de hoogste treinreis!
    Vond het zelfs jammer, dat het verhaal niet verder ging!
    Heb weer genoten, dankjewel!
    Ga zo door!
    Groetjes, Louise

    1. Monique says:

      Bedankt Louise, goed te horen dat je het leuk vond om te lezen en niet kan wachten op het vervolg! Of de oorzuivering daadwerkelijk werkt, daar zijn de meningen over verdeeld. Het vervolg komt er binnenkort aan! Groetjes, Monique

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *