Menu
0 Comments

Het Dak van de Wereld


“I could’ve gave up then but
Then again I couldn’t have ’cause
I’ve traveled all this way for something

Now take it in, but don’t look down

‘Cause I’m on top of the world, ‘ey
I’m on top of the world, ‘ey
Waiting on this for a while now
Paying my dues to the dirt”

(On Top of the World – Imagine Dragons)

Na mijn vorige post heb je even de tijd gehad om adem te halen, dus we kunnen weer verder met de reis door Tibet. Tibet wordt ook wel Land of Snow (land van de sneeuw) genoemd, al doet het tegenwoordig de naam minder eer aan. De gletsjers zijn aan het smelten en het sneeuwt minder dan vroeger. De naam Tibet komt uit het Mandarijn (Chinees), in het Tibetaans wordt het land anders genoemd.

We zijn nog steeds in Shigatse, met rond de 100.000 inwoners de tweede grootste stad van Tibet, en rijden naar de Tashi Lhunpo Monastery. Omdat we inmiddels nogal wat kloosters gezien hebben besluiten we deze niet bezoeken, maar maken we er een wandeling omheen. We lopen boven het klooster door en hebben een mooi uitzicht op de stad die de laatste jaren flink gegroeid is en veel nieuwe gebouwen heeft zien oprijzen. We hebben ook uitzicht op de herbouwde Shigatse Dzong, een replica van Potala Palace. Boven het klooster is een hele lange rij met prayer wheels. Elk wiel komt met een mantra en ze zijn allemaal door de lokale bevolking geplaatst. Op dit moment lopen er voornamelijk veel oudere vrouwen en honden. De straathonden, of moet ik zeggen kloosterhonden, zien er goed uit en hebben vaak genoeg te eten bij het klooster. De vrouwen hebben hun haar mooi gevlochten, soms met gekleurde linten erin. Ook de meeste oudere vrouwen hebben lang haar en zelfs sommige mannen hebben vlechten.

Een bijzonder weetje is dat in Shigatse een vrouw met meerdere mannen mag trouwen. Nadeel daarvan is, dat er verwacht wordt dat de vrouw dan wel veel kinderen zal opvoeden. Vaak zijn haar mannen broers van elkaar en alleen de oudste wordt vader genoemd, ook door de kinderen van zijn jongere broer. De kinderen noemen de andere mannen ooms, ook al is dat in een enkel geval hun biologische vader. Je kan zien of een vrouw getrouwd is aan het schort dat ze dragen. Sommige soorten zijn erg kleurrijk. Overigens betreft dit alleen vrouwen uit bepaalde gebieden, in de stad Lhasa dragen de meeste mensen moderne kleding.

Daarna lopen we even rond in de stad en over de markt. De markt was vroeger erg toeristisch en druk, totdat de marktlui de toeristen begonnen op te lichten. Dit gebeurt volgens mij op elke toeristische markt ter wereld, dus ze moeten het wel heel erg bont gemaakt hebben. Waarschijnlijk heeft het feit dat er naast veel souvenirs ook heel veel dode onthoofde lammetjes hangen, niet bijgedragen aan de populariteit. Verder zijn er traditionele handgemaakte schoenen te vinden en tabak. Men gebruikt hier “snuff tabacco” ofwel snuiftabak, dat stoppen ze in hun neus. In China was er een tijd dat het roken van tabak illegaal was, maar snuiftabak was wel toegestaan omdat men geloofde dat het een helende werking had tegen verkoudheid en hoofdpijn. Tot op de dag van vandaag snuift men hier dus die tabak, en nee dat is natuurlijk niet alleen tegen een verkoudheid.

We hebben weer een lange rit voor de boeg, want van Shigatse rijden we via Sakya naar Shegar. Het is ongeveer 290km rijden, maar we zullen er 6 uur over doen en eindigen op een hoogte van 4200m. Onderweg stoppen we bij, hoe raad je het, een klooster genaamd de Sakya Monastery. Deze beschikt over ontzettend veel boeken, waaronder ook een aantal mega grote boeken die door 6-8 man gedragen moeten worden omdat ze zo zwaar zijn. De boeken zijn geschreven om het boeddhisme door te geven en voort te laten leven.
De Sakya Monastery is bespaard gebleven tijdens de culturele revolutie en het verhaal gaat dat dat waarschijnlijk komt door de 5 grote bomen die in het klooster staan en als pilaar dienen. Men weet niet waar ze vandaan komen want in Tibet hebben ze dit soort dikke grote bomen niet. Toen men tijdens de Revolutie begon met het vernielen en hakken in de boompilaren begonnen deze te bloeden en praten: “Verniel ons alsjeblieft niet!” Men werd zo bang dat men wegrende, de deur vergrendelde en niet meer terugkwam. Er zijn een aantal dingen verloren gegaan, maar de schade was zeer beperkt en veel minder dan de meeste andere kloosters. In het klooster zit een monnik die een hele oude, witte schelp, afkomstig uit India, uit een mooie doos haalt. Hij blaast erop, en het geluid dat er uit komt zou het geluid van Boeddha zijn. Veel pelgrims komen daarvoor naar dit klooster en laten met de schelp op hun rozenketting of andere dingen blazen.

Het vervolg van de autorit is weer erg mooi met ezels, paarden, schapen, jakken, koeien. We zien ook een aantal schaapsherders met een kudde schapen en die steken wel eens de weg over. Het is dus goed opletten voor de chauffeur dat hij geen schapen en herder aanrijdt. We zien continu bergen en het is zo droog onderweg dat ik het stof en zand zelfs kan proeven. Sinds we Lhasa hebben verlaten, hebben we ongeveer 700 km hebben gereden en zijn we de hele tijd omringd geweest door bergen. Het landschap is ontzettend mooi, met allerlei verschillende kleuren: soms heel groen, soms rood, soms bruin, soms alle kleuren bij elkaar. We komen ook door een soort woestijn, met zandduinen. We zien veel van het zelfde maar het landschap verandert ook vaak, bijvoorbeeld van bergen naar wat rivieren en stroompjes. Je kunt onderweg eigenlijk niks anders doen dan naar landschap kijken, want als je iets anders doet mis je ongetwijfeld iets moois. De toiletsituatie is er onderweg niet beter op geworden, alle wc’s die we tegenkomen zijn ontzettende smerig en er is bijna altijd iets kapot. Soms kun je niet doortrekken bijvoorbeeld, een andere keer kun je de deur niet op slot doen. Als je denkt dat erg is, kom je even later de overtreffende trap tegen: een wc waar gewoon de hele deur uit ligt.

Rond zes uur komen eindelijk bij ons hotel aan in Shegar: het Tingri Roof of the World Grand Hotel. Een heel groot hotel, met heel veel kamers, waar waarschijnlijk bijna alle toergroepen normaal slapen. Gelukkig is het het einde van het hoogseizoen dus het is nu niet zo druk. We spreken af om met onze twee reisgenoten te gaan eten, maar we gaan eerst een stukje lopen. We wandelen een bergje op, dat voelt als een berg want na een beetje inspanning zijn we al flink buiten adem. We merken dat we behoorlijk in hoogte gestegen zijn, we zitten nu op ongeveer 4200m. Hoogteziekte kan parten gaan spelen en het hotel heeft daarom zuurstof op de kamer, mocht je dat nodig hebben. Vanaf de berg hebben we een mooi uitzicht op het kleine dorpje, de rivier en een paar ruïnes en prayer flags. De prayer flags zijn overal in de bergen te vinden, zelfs in de middle of nowhere.

Wanneer we naar beneden lopen, zien we een man op zijn land werken. We vermoeden dat hij gerst aan het omdraaien is, zodat het goed kan drogen. We lopen er naartoe en mijn man begint hem mee te helpen, waarna ik ook volg en een heeel klein beetje help. De man was al bijna klaar, dus heel veel hebben we niet gedaan, maar gezien we op zijn land liepen vonden we dit wel gepast en hij accepteerde het gebaar graag. Het was een grappig gezicht.

We hebben ondertussen bijna het hele dorp wel gezien en gaan uiteindelijk binnen bij een klein, Tibetaans restaurant. Het ziet er lokaal uit met banken met stoffen bekleding en de vrouw spreekt zelfs wat Engels dus we kunnen gewoon vegetarisch eten bestellen zonder moeilijk te doen met onze telefoon en de vertalingen. Het duurt lang voordat het eten komt en daarna blijkt waarom want de man moest nog even groente halen voordat er gekookt kan worden. Maar dat is niet erg, want we hebben genoeg om ons mee te vermaken: een klein kindje dat heel aandachtig ons gesprek lijkt te volgen, terwijl ze geen woord Engels spreekt en een buschauffeur die een drankspel speelt met zijn collega. Dan gaan we terug naar het hotel en weer vroeg slapen, want ik ben zoals elke dag vroeg moe. Van de hoogte hebben we nog niet super veel last gehad, we zijn alleen sneller buiten adem en vroeger moe, al kan dat laatste natuurlijk ook komen door de lange reizen en indrukken.

I’m on top of the world
Het ontbijt vind ik hier de minst spannende maaltijd de dag. Ze hebben vaak wel toast, ei en gebakken groenten, maar meestal is het erg olieachtig. Stiekem verlang ik naar mijn vertrouwde muesli met fruit en yoghurt. Maar het ontbijt zijn we zo weer vergeten, want vandaag is DE grote dag, we zetten onze “klim” voort naar het DAK VAN DE WERELD!

Vaak verwijst men hiermee naar het Tibetaanse hoogland, of de Mount Everest. De hoogste berg ter wereld ligt in het Himalaya gebergte maar daarnaast liggen er nog een heleboel andere hoge bergen in dit gebied. Zo zijn er 5 andere pieken hoger dan 8000 meter en meer dan 40 pieken hoger dan 7000 meter. De naam “het dak van de wereld” is dus meer dan terecht.  

Daar komen we natuurlijk niet zomaar, eerst moeten we langs 3-4 checkpoints waar ze onze paspoorten en visa controleren, hetzelfde doen ze bij de Tibetanen. Via een slingerweg stijgen we hard en komen zo steeds hoger in het Himalaya gebergte. Uiteindelijk komen we bij een uitzichtpunt waar we een mooi uitzicht hebben op de Mount Everest, tenminste als we dat er zelf bij denken, want de berg is vandaag helaas bedekt met wolken. We verwisselen van bus en met de ecobus en een heleboel andere toeristen rijden we verder de berg op. Daar zijn we dan op het Mount Everest Base Camp op 5100 meter hoogte en het voelt bijzonder om hier te zijn. Ik heb geen aspiraties om een hoge berg te beklimmen, dus ik durf wel te zeggen dat dit het hoogste punt van mijn leven is en ik niet hoger zal komen dan dit, tenminste niet met vaste grond onder mijn voeten. Dit is het aller- allerhoogste punt van de wereld waar je over de weg kunt komen: I’m on top of the World!

De Mount Everest is 8844 meter hoog en heeft twee base camps, één aan de zuidkant in Nepal die op een hoogte ligt van 5364 meter en deze aan de noordkant in Tibet, China. Een leuk weetje is dat hoewel Mount Everest de internationale naam is van de gigantische berg, het in Tibet en Nepal een andere naam heeft. De Tibetaanse naam is Chomolungma wat “Goddess mother of the World” betekent en in Nepal noemen ze haar Sagarmatha: “Goddess of the Sky”.

Na een rondje over het kamp kom ik er al snel achter dat dit het toeristische base camp is, het “echte” base camp is een aantal meter verderop en niet-klimmers mogen ook niet voorbij de afzetting komen. We komen in ons kamp dus geen klimmers tegen, toch een lichte teleurstelling, maar ook wel begrijpelijk. Als je je op de klim van je leven aan het voorbereiden bent heb je natuurlijk geen zin in groepen toeristen die je voor de voeten lopen. Wil je verder dan de afzetting, dan moet je een duur permit kopen van zo’n 8000 USD (ongeveer 6600 euro). Wil je de Mount Everest ook beklimmen dan kost het je zo’n 42.000 euro, al verschilt de prijs per organisatie en is deze de afgelopen jaren aan het dalen. De Mount Everest is met zijn 8848 meter de hoogste berg ter wereld, maar niet de moeilijkst beklimbare en dit trekt een heleboel klimmers en avonturiers.

In 1953 werd de berg, voor zover bekend, voor het eerst succesvol beklommen. Daarna volgden elk jaar meer en meer klimmers en in totaal hebben zo’n 7000 mensen op de top van de Mount Everest gestaan. Een groot aantal daarvan zijn Nepalese sherpa’s die de klimmers begeleiden in hun reis naar de top, één van die sherpa’s heeft inmiddels al 21 keer op het allerhoogste punt van de wereld gestaan. In 2020 bereikten bijna 900 klimmers de top van de berg en ondanks de covid-19 pandemie zou dit aantal in 2021 wel eens overschreden kunnen worden. Normaal gesproken is het aantal klimmers verdeeld over de Noord- en Zuidkant, waarbij de Nepalese kant wel populairder is, maar dit jaar is de Chinese kant gesloten en dus zullen alle klimmers aan dezelfde omhoog gaan. Een heleboel mensen van allerlei nationaliteiten hebben op de top gestaan, van 13 tot 80 jaar, mensen met één been, blinden en er zijn zelf mensen op de Mount Everest getrouwd.

Al deze mensen moeten ook allemaal eten en drinken en daardoor ligt er een hoop rotzooi op de berg: zuurstofflessen, voedselverpakkingen, tenten, weggegooide kleding etc. Volgens de gids is de berg op afstand daarom mooier. Zoals gezegd wagen elk jaar zo’n 900 avonturiers de tocht, waarvan een aantal het niet redden. Over alle jaren heen hebben zeker 300 mensen de tocht niet overleefd en lichamen blijven niet zelden op de berg achter. Om deze redenen wordt ook vaak gezegd dat de Everest de hoogste begraafplaats en de hoogste vuilnisbelt ter wereld is. China en Nepal proberen het op te ruimen met behulp van huidige klimmers en opruimers.

In 2019 kwam de bekende foto in het nieuws van de “file” van mensen op de top van de hoogste berg ter wereld. Steeds meer mensen beklimmen de berg, niet alleen geoefende klimmers, maar ook avonturiers met voldoende geld. Het is bijna een nieuw statussymbool. Vanwege het groot aantal klimmers op de berg, wil men het beklimmen makkelijker en sneller maken zodat er minder files en gevaarlijke situaties ontstaan. Denk aan vaste touwen en zelfs ladders die moeten helpen mensen sneller naar de top te brengen. Dit zorgt ervoor dat een stuk magie van de beklimming verdwijnt en het zal er voor de echte bergbeklimmers niet alleen meer om gaan dat je de top bereikt, maar ook via welke route en met hoeveel kunstmatige zuurstof.

Het toeristische base camp bestaat uit zwarte tenten en een guesthouse. Het guesthouse is erg basis, maar we zijn toch erg blij dat we daar mogen slapen in plaats van in de tenten. Er staat een hele harde wind en daardoor is het behoorlijk koud. We lopen wat rond en hoewel we nu nog een stuk dichterbij de Mount Everest zijn, is het helaas nog altijd te bewolkt en toont hij zich vandaag niet. Later op de dag zien we wel de basis van de berg een beetje, met sneeuw, dus we hebben alvast een stuk van de Mount Everest gezien, maar niet de top. We wachten even achter een rots om uit de wind te blijven en in de hoop dat de wolken toch even uit elkaar schuiven om de machtige berg te laten zien, maar ons geduld en doorzettingsvermogen worden niet beloond.

We lopen nog even rond op het base camp, maar behalve de tenten, het guesthouse, een restaurant, een klooster en een postkantoor is er niet veel te beleven. Wat wel bijzonder is dat je vanaf hier kaarten kunt versturen, dus dat willen wij ook even doen. We hadden zelf al kaarten, alleen nog geen postzegels en de kaarten die ze hier verkopen komen standaard met postzegels erop. We willen ze toch graag hier posten, dus we kopen maar nieuwe kaarten en beginnen vlijtig te schrijven in het kantoortje. Wanneer we ze vervolgens willen posten zegt de medewerkster: “Nee, dat kan niet, want de kaarten zijn slechts voldoende gefrankeerd voor bezorging in China.” Nou, oké dan doe dan ook maar extra postzegels. “Nee, dat kan hier niet, we verkopen geen extra postzegels.” Uiteindelijk kunnen we de kaarten dus nog niet posten op het base camp en hebben we eigenlijk deze extra kaarten voor niks gekocht. Wel hebben we een aantal stempels van het base camp postkantoor kunnen gebruiken als decoratie. Dit is een mooi voorbeeld van wat we vaak in Hong Kong meemaken, waar we zelfs na een tijd in de stad te hebben gewoond nog steeds niet altijd gewend aan zijn. Men denkt hier namelijk niet altijd met je mee, ze geven alleen expliciet antwoord op de vraag die je stelt. In Hong Kong is het meerdere keren gebeurd dat mijn man in een restaurant om een coke (Coca Cola) vraagt. “Nee, dat hebben we niet” is vervolgens het antwoord, waarop mijn man dan maar een Fanta besteld. Even later ziet hij in de koelkast een rij met Pepsi blikjes staan… Ze hebben geen woord gelogen, Coca Cola hebben ze inderdaad niet, maar ze vermelden dan ook niet even dat ze wel Pepsi hebben, daar vroeg je tenslotte ook niet om.

Het guesthouse is basic en we delen de kamer met zijn vieren. Hoe basic is basic? Er is geen douche en geen wasbak, dat is ook zinloos want er is geen stromend water. Tot middernacht is er wel elektriciteit, daarna is het zaklampentijd. Wanneer de avond valt kan ik naar de beste wc van Tibet, gewoon buiten in de natuur! We gaan op tijd naar bed, want er is hier sowieso weinig te beleven laat staan in de avond. Bovendien is het behoorlijk koud, dus we kruipen graag onder de wol. Hoe koud is koud? Nou, met onze kleding aan en muts op, stoppen we ons goed in onder drie dikke dekens waarvan 1 ook nog een elektrisch deken is.

Op een hoogte van 5100 meter is het niet gek als je slecht slaapt of last hebt van andere ongemakken vanwege de hoge hoogte. Daarnaast is de lucht vrij droog en koud. Gelukkig heb ik toch best goed geslapen, al word ik wel wakker met een lichte hoofdpijn. Ook de drie anderen hebben hoofdpijn, maar ze lijken er meer last van te hebben dan ik. Mijn hand voelt wel wat raar en gezwollen aan, al is ie dat niet, en ik ben sneller moe en buiten adem bij grotere inspanning. Het valt met eigenlijk reuze mee na alle waarschuwingen die we hebben gekregen, mijn lichaam heeft zich heel goed aan kunnen passen aan het hoogteverschil dus dat is fijn.

We worden net op tijd wakker om de sterren te zien, maar vanwege de bewolking zien we alleen een donkere hemel. Vol nieuwe hoop en verwachtingen zijn we wakker geworden, maar de hoop om nog een fantastisch uitzicht op de Mount Everest te hebben, verdwijnt als sneeuw voor de zon wanneer het begint te sneeuwen. Het is grijs en bewolkt en het zicht is nog slechter dan gisteren, en dan sneeuwt het helaas niet eens fatsoenlijke sneeuw, maar natte sneeuw. Alles wordt een klein beetje wit, maar het is maar een heel dun laagje. Het zicht is super slecht nu. Hoewel ik teleurgesteld ben zeg ik opgewekt tegen onze gids: “Tibet is called the land of snow after all!”. Waarop hij zegt: “No, this is not good, NOT today!”. Hij lijkt dus ook teleurgesteld dat hij ons niet de machtige berg heeft kunnen laten zien. Hoewel het wel een ervaring was hier te zijn, voelt het ook een beetje als verspilde tijd. We kwamen daar speciaal voor de Mount Everest en verder viel er niets te doen, niet eens even echt rondlopen vanwege de afzetting en de kou. We wisten van te voren dat er 40% kans is dat je de berg goed ziet, maar de natuur besloot dat vandaag niet de dag was. Ach, we hebben in elk geval een stukje gezien, hebben er voor gestaan en in het (toeristische) base camp geslapen op het dak van de wereld. Wie kan dat nou zeggen?

Bergafwaarts naar Gyirong
Met de ecobus gaan we naar beneden en wisselen weer naar onze eigen bus. Een stuk fijner, zonder irritante mensen en veel meer plek! Ons busje heeft namelijk plek voor 11 mensen en we zijn maar met zijn vieren. We rijden een heel stuk off-road met ons busje en langzaamaan verdwijnt mijn hoofdpijn omdat we naar lager gebied gaan. We gaan nu flink afdalen naar ongeveer 2700m en dit is het laagste niveau sinds we met de trein vertrokken zijn uit Chengdu.
De lucht wordt al snel blauwer en de zon laat zich af en toe zien, maar het blijft fris. We stoppen voor lunch en eten aardappel momos (dumplings / gevulde deegtasjes) en een “bobby”, dit is een soort pastel met groenten erin. Een keer wat anders dan telkens gebakken rijst, gebakken noedels of noedelsoep. Verder bieden restaurants vaak jakvlees, rijst met yoghurt en soms momos. Daarbij drinken ze graag boterthee, gemaakt van jakmelk.

Net als de andere dagen zijn er heel veel honden onderweg, daarnaast ook veel schapen, koeien, paarden en ezels. Erg leuk om zoveel dieren te zien en helemaal als ze gewoon lekker in een kudde over de weg lopen. We komen langs lokale dorpjes, waar vooral kinderen graag naar je zwaaien, en rijden door het platteland waar mensen werken en de gerst aan het rooien en drogen zijn. Gerst is het belangrijkste gewas in Tibet en er wordt deeg van gemaakt genaamd tsampa. Van die tsampa kan men vervolgens momos maken of ze in een soep verwerken. We rijden en rijden en we zien bijna alleen maar natuur, met af en toe kleine dorpjes. Oude huisjes met modderdaken of bedekt met takken en hout. Het lijkt bijna alsof we in de middeleeuwen zijn of in elk geval jaren terug in de tijd. Fantastisch!

We zien een aantal besneeuwde bergtoppen en een mooi meer met mintblauw gekleurd water: Peikutso Lake. De zon is inmiddels weer verdwenen en het regent bijna de hele dag. Ik voel me bijna thuis hier, in Nederland hebben we ook regelmatig drie seizoenen in 1 dag :-).  In de middag komen we bij een canyon met donkere bergen waar een rivier doorheen stroomt. We volgen de rivier via de weg die ernaast kronkelt. Het is een heel ander landschap en erg mooi. Na een tijdje veranderen de donkere bergen in heel groene bergen met veel bomen. Met de regen erbij lijkt het bijna een regenwoud. We stoppen bij twee watervallen, en vanwege de regen klettert er één nu hard naar beneden.

Onderweg zijn er wederom vele checkpoints en wordt er veel gecontroleerd, ondanks dat heeft de gids geprobeerd ons zoveel vrijheid te geven als hij kan. Als wij iets verkeerds doen dan kunnen we de hele groep inclusief de gids in de problemen brengen. Er zit een kastje in de auto dat precies registreert waar we zijn en er hangt ook een camera, niets wordt aan het toeval overgelaten hier. Onze gids kan erg enthousiast vertellen, hij is trots op zijn land en wil dat graag delen. Zijn leven lijkt, net als dat van veel Tibetanen, niet makkelijk te zijn geweest. Om 17.00u zijn we in Gyirong Town. De gids moet een stempel halen als bewijs dat we hier zijn zodat we morgen makkelijk de grens over kunnen. Helaas mocht het niet baten, de persoon die dit moest regelen was er telkens niet of te druk vandaag. Daardoor kan het pas morgen geregeld worden, wanneer er vele tourgroepen staan te wachten om de grens over te mogen gaan.

We lopen een rondje door het kleine stadje, waar zelfs koeien over straat lopen, en komen langs het laatste klooster dat we in Tibet zullen zien. Het heeft oude muurschilderingen en uiteraard prayer wheels, waar ik er een aantal van draai. Op dat moment zie ik ineens het postkantoor, yes!! Ze hebben postzegels, dus we kunnen eindelijk onze kaarten versturen en toch nog vanuit Tibet. De kaarten krijgen er nog een extra stempel bij en het totaal staat nu op ongeveer 4 stempels en 2 postzegels, wat dus weinig ruimte over laat om te schrijven, maar wel mooi en uniek gedecoreerd.

De gids weet een goed restaurant in het stadje en dus gaan we met hem, de chauffeur en andere Tibetanen eten. De specialiteit is huisgemaakte jak momos (dumplings). Hoewel ik zoveel mogelijk vegetarisch probeer te eten, ben ik nieuwsgierig naar de specialiteit en probeer ik er een paar. Ze smaken erg goed, beter dan alle andere jak momos die ik hier geprobeerd heb. Ik wil niet teveel vlees eten dus de gids bestelt een noedelsoep voor mij, die ook erg goed smaakt met het deeg van de momos erin en huisgemaakte noedels.
Onze tour en seven days in Tibet zitten er alweer op en vandaag nemen we afscheid van onze gids, maar niet voordat hij er zeker van is dat wij de grens over zijn. Onze reis door Tibet was prachtig en heel interessant, niet in de minste plaats vanwege onze gids. Hij had hele mooie, enthousiaste en levendige verhalen, wat de gebouwen en kloosters een stuk interessanter maakt. Het is heel rijk aan cultuur, sterk gebaseerd op het boeddhisme, al is dat de laatste jaren zoals in veel landen langzaam maar zeker aan het afbrokkelen en veranderen. Naast alle cultuur is ook de natuur hier fantastisch met kilometers land zonder bebouwing. Hoewel we vele kilometers hebben afgelegd en tot grote hoogte zijn gestegen, was de reis comfortabel, mede dankzij de lange geasfalteerde weg die dwars door de provincie loopt. Gelukkig konden onze lichamen zich ook goed aanpassen aan het hoogteverschil, ondanks dat we de tip om niet meteen te douchen op dag 1 in de wind hebben geslagen. We hebben wel onze tijd genomen om aan nieuwe hoogtes te wennen en zijn langzaamaan naar hoger gebied gegaan. Het eten in Tibet smaakt goed, maar de opties zijn vrij beperkt en we komen continu dezelfde gerechten tegen: gebakken rijst, gebakken noedels, noedelsoep, jakvlees en momos. Kortom, een prachtig en heel bijzonder gebied om eens een bezoekje aan te brengen. En vergeet dan niet, de beste openbare wc van Tibet is in de natuur!

De gids heeft ondertussen de stempels kunnen halen die nodig zijn om de grens over te steken, waar we in 20 minuten naartoe rijden. Niet voordat we nog een laatste controle gehad hebben natuurlijk. Bij de grens staat een aardige rij en we moeten zo’n 30-45 minuten wachten. Tassen en boeken worden goed gecontroleerd en uiteindelijk staat de exit stempel in mijn paspoort. We zwaaien de gids gedag en hij en de chauffeur hebben een lange terugreis voor de boeg: in 16 uur rijden zij terug naar Lhasa. Via een brug lopen wij de rivier en grens over, op naar een nieuw land: Nepal! Op dat moment weten we (gelukkig) nog niet wat ons te wachten staat, maar ik kan je nu vertellen, een groot avontuur is het zeker geworden. Daarover vertel ik je de volgende keer heel graag meer.

Tags: , , , , , ,

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *