Menu
4 Comments

Bolivia: Arm én enorm rijk

 “Hoe mooi kan het leven zijn
Het is maar hoe je kijkt
Het is maar wat je droomt
Hoe mooi is jouw werkelijkheid
Jij bent net zo rijk
Zo rijk als je je voelt”

(Mooi – Marco Borsato)

Vanaf São Paulo vlieg ik naar Santa Cruzé de la Sierra, een stad in het land van groen, geel en rood: Bolivia. Ik word ontvangen op de luchthaven door de neef en een vriendin van de familie van mijn man. Letterlijk warm ontvangen, want het is ruim dertig graden. Daar moet ik toch even aan wennen, want in Brazilië was het niet zo heet. Lang heb ik echter niet, want de volgende dag vlieg ik alweer door naar Sucre, de constitutionele hoofdstad van Bolivia. Sucre is eigenlijk het Amsterdam van Bolivia. Nee, niet in de zin van seks, drugs en rock & roll, maar wel in die van officiële hoofdstad, terwijl de regering elders is gevestigd. Als we denken dat Amsterdam een kleine hoofdstad is, qua inwonersaantal, dan is Sucre helemaal een kleintje. Met zijn 190.000 inwoners is het zelfs kleiner dan Eindhoven, de vijfde grootste stad van Nederland.

Sucre is vernoemd naar Antonio José de Sucre, die samen met vrijheidsstrijder Simón Bolívar gevochten heeft voor de onafhankelijkheid van het land. Bolivia is een Republiek, opgericht op 6 augustus 1825 en vernoemd naar Simón Bolívar. Hoewel ‘slechts’ Bolivia na de man vernoemd is, heeft deze Venezolaan ook Panama, Colombia, Venezuela, Peru en Ecuador uit Spaanse handen weten te krijgen. Hij staat daarom bekend als ‘El Libertador’, ofwel De Bevrijder.

Bolivia is een ontwikkelingsland, en het armste land van Zuid-Amerika. Dat terwijl het land rijk is aan natuurlijke bronnen, zoals tin, goud en zilver. Het land delfde in oorlogen en conflicten vaak het onderspit en heeft daardoor veel land verloren aan andere landen. Bolivia is ook de plaats waar Ernesto Guevara, beter bekend als Ché Guevara, aan zijn einde kwam toen hij daar was om de Revolutie te verspreiden. Op de kaart lijkt Bolivia een klein land, zeker naast grote buur Brazilië. Maar schijn bedriegt, want met een oppervlakte van 1.098.581 km² is Bolivia ruim twee keer zo groot als Spanje!

La Ciudad Blanca
Het is erg bijzonder om in Sucre te landen. Het gebied ligt een stuk hoger dan Santa Cruz de la Sierra, waardoor het vliegtuig nauwelijks hoeft te dalen en het de landingsbaan al snel raakt. Vanwege de hoogte, 2810 meter, is het hier een stuk minder heet dan in Santa Cruz.

Sucre wordt ook wel ‘La Ciudad Blanca’, ofwel de witte stad genoemd, omdat veel gebouwen wit zijn. Daarnaast zie ik een heleboel huizen van rode bakstenen die niet af lijken te zijn. Hiervan blijken er vele te zijn in Bolivia, want wanneer je huis namelijk helemaal af is en mooi geschilderd moet je meer belasting betalen. Het centrum van de stad is echter wit geschilderd, wat een mooi zicht oplevert, zeker vanaf een van de heuvels rondom de stad. Sucre staat daarom ook op de UNESCO werelderfgoed lijst.

Ik bezoek het Cretácico, een bijzondere plek, want in 1994 zijn hier meer dan 5000 dinosaurusvoetstappen ontdekt. De voetstappen van alle gevonden dinosaurussoorten in Zuid-Amerika zijn hier te vinden, en dat zijn rond de 15 verschillende soorten, misschien zelfs meer. Daarmee bezit de Cal Orck’o Cliff de grootste collectie dinosaurusvoetstappen ter wereld. Hoewel sommige afdrukken tot 80cm lang zijn, zijn ze helaas niet heel goed te zien, daar we op een afstand moeten blijven.
De afdrukken zijn ontstaan, doordat de grote dieren rondliepen op de zachte kleigrond, de klei droogde op en de voetafdrukken werden versteend om later te verdwijnen onder de lagen van sediment. Door het verschuiven van de tektonische platen die het Andesgebergte omhoog gestuwd hebben, zijn de voetstappen nu op een verticale kalksteenklif te zien en niet op een horizontale ondergrond. De voetafdrukken die te zien zijn, zouden o.a. van de volgende dinosaurussoorten zijn: ceratops, titanosaurus, sauropods en jawel de tyranosaurus rex.

Het is een erg gek idee dat hier, miljoenen jaren geleden, dinosaurussen rondliepen. Het is zo surrealistisch, dat ik het me heel moeilijk kan voorstellen. Uiteindelijk ben ik toch ook wel blij dat ik er geen tegenkom.

In de avond spreek ik af met mijn nieuwe Boliviaanse vrienden, die ik in het vliegtuig ontmoet heb. Zij weten een lokaal restaurantje, dat alleen in het weekend geopend is. Daar eten we de maaltijd van het huis: pittige spaghetti. Ze zijn bang dat ik de pittigheid niet aan zou kunnen, maar ik heb inmiddels wel de nodige ervaring, dus het is geen probleem. Daarbij drinken we een alcoholisch drankje. Hoewel drankJE….we delen een grote kom, met groene vloeistof, mintblaadjes en vele rietjes erin. De Bolivianen weten wel een ‘spelletje’: we moeten om de beurt 5 seconden uit de kom drinken. Daardoor daalt de inhoud snel en komt er een tekst tevoorschijn die aan de binnenkant van de kom geschreven staat. Het is een vrij lange tekst, en blijkt een gedeelte van een gedicht te zijn. We sluiten de avond af met wat swingende Latin muziek, zoals salsa en reggaeton.

Virgin de Guadalupe Festival
Toevalligerwijs blijk ik op een heel goed moment in Sucre te zijn, tegelijkertijd met een groot festival ter ere van Virgin Guadaloupe, de beschermheilige van de stad. Dit betekent dat er het hele weekend optochten, eten en drinken, muziek en dans zijn. Op zowel vrijdag als zaterdag is er een optocht, maar die op zaterdag schijnt de betere te zijn. Deze begint rond een uur of 13.00u en duurt tot zeker 22.00u als het niet langer is. Het gaat maar door en door en door. Zo’n lange optocht heb ik nog nooit gezien. Ik vermoed bijna dat wanneer de dansers aan het einde zijn van de tocht, ze gewoon weer opnieuw beginnen. Maar nee, dit blijkt niet zo te zijn. Er zijn meer dan 150 groepen die meedoen aan deze 7 kilometer lange optocht, en dat betekent duizenden deelnemers. Het merendeel komt uit Sucre, maar er zijn ook groepen uit andere delen van Bolivia. Stuk voor stuk hebben ze rijkelijk versierde, kleurrijke en soms glinsterende pakken aan. De meeste kostuums worden in ongeveer een maand tijd met de hand gemaakt. Vervolgens worden ze slechts zo’n 3 keer per jaar gebruikt. Het is een fantastisch, swingend en kleurrijk spektakel en ik ben blij dat ik dit toevallig mag meemaken.

Naast het oog, wil de maag natuurlijk ook wat. Er zijn veel kraampjes met eten en drinken. De Boliviaanse snacks smaken prima, zoals bijvoorbeeld salteñas en tucumanas (soort pasteitjes/deegwaren) of een drankje met vers fruit erin. Het eten in de restaurants vind ik helaas nogal tegenvallen. Misschien ligt het aan mij, maar ik kom vooral veel restaurants tegen met fastfood zoals hamburgers, pizza en fried chicken. Dat ik tegenwoordig bij voorkeur zoveel mogelijk plantaardig voedsel eet, draagt niet bij aan het aantal mogelijke opties.

Zilvermijnen in Potosí
Na alle festiviteiten ga ik met de bus verder naar Potosí. Het is een mooie rit in een oude, gammele bus. De buschauffeur is zeer behulpzaam en laat me eerder uitstappen dan ik van plan was, zodat ik dichter bij het centrum ben. Overdag is het zonnig, maar zodra de zon weg is wordt het behoorlijk koud. Potosí is een zeer belangrijke plek in de geschiedenis van niet alleen Bolivia, maar ook Europa. De stad is ontstaan na de ontdekking van zilvererts in de Cerro Rico (rijke berg) in 1544. De Spanjaarden hadden diverse koloniën in Midden- en Zuid-Amerika en haalden veel van hun zilver uit Potosí, waarmee ze een deel van hun oorlogen financierden. Nederlandse zeevaarder Piet Hein gooide in 1628 roet in het Spaanse eten, door de beroemde Zilvervloot van Spanje te veroveren. Met een buit van bijna 12 miljoen gulden is de verovering een veelbesproken onderwerp geworden in de Nederlandse geschiedenis.

Hoewel steeds verder uitgeput, is de zilvermijn nog steeds in operatie. Helaas zijn de arbeidsomstandigheden zeer slecht. Wegens jarenlange mijnbouw, staan de grotten zowat op instorten. Bovendien kan het beneden in de mijn erg warm worden en is er natuurlijk geen daglicht. De arbeiders werken zo’n 10 tot 12 uur per dag en komen in de tussentijd niet naar boven. Tevens eten ze de hele dag niet. Om de dagen door te komen, kauwen ze op cocabladeren. De cocabladeren geven energie en onderdrukken het hongergevoel. De bladeren zijn ook een goed middel tegen hoogteziekte. Hoogteziekte kun je krijgen wanneer je jezelf te snel verplaatst naar grote hoogtes. Of je er last van krijgt, is per persoon verschillend. De ene is er gevoeliger voor dan de ander.

Gezien ik geboren ben in een land dat voor 26% onder zeeniveau ligt, lijkt het me een goed idee om mijn lichaam langzaam aan de hoogte te laten wennen. Vandaar dat ik vanaf Santa Cruz via Sucre naar Potosí ben gegaan, de stad die claimt de hoogste ter wereld te zijn. De laatste stad ligt op zo’n 4000 meter hoogte, 4067m om precies te zijn, en Sucre op 2810 meter. Zo kan mijn lichaam vast wennen aan het hoogteverschil en hoop ik hoogteziekte te voorkomen of in elk geval zoveel mogelijk te beperken. Hoogteziekte wordt veroorzaakt doordat de luchtdruk op grotere hoogte afneemt. Je kunt daardoor o.a. hoofdpijn, geheugenverlies en sufheid krijgen en moeilijker ademhalen. Mensen die erg gevoelig zijn voor hoogteverschillen kunnen er zelfs aan overlijden.

De mijnen zijn te bezoeken met een gids, maar dit besluit ik over te slaan. Ik heb niet zo de behoefte om die slechte omstandigheden vrijwillig op te zoeken en te bekijken hoe slecht de mijnwerkers het hebben. Niet vanwege de confrontatie, ik denk dat het goed is om te weten dat je leven er ook heel anders uit zou kunnen zien, maar omdat ik geen ‘aapjes’ wil kijken. Lijkt me niet erg prettig voor de mijnwerkers om telkens toeristen te zien die komen bekijken hoe slecht zij het wel niet hebben. Als pleister op de wonde dienen alle bezoekers wel wat mee te nemen voor de arbeiders, zoals dynamiet, drinken of cocabladeren. Tegenwoordig vormt het toerisme een belangrijk deel van hun inkomen.

Naast de mijnen is er een andere trekpleister in Potosí, het nationaal museum: Casa Nacional de la moneda. Hier werden de eerste zilvermunten geslagen, van het zilver dat uit de mijn kwam. Helaas is het museum gesloten wanneer ik in de stad ben. Potosi ziet er een stuk ongezelliger uit dan Sucre. De straten zijn vuiler, de hele stad lijkt armer te zijn. De stad is voornamelijk afhankelijk van de zilvermijnen en deze raken steeds verder uitgeput. Een groot deel van de inwoners heeft iets met de mijnen te maken. Ik ben benieuwd hoe de stad er over een aantal jaren uit zal zien, wanneer de mijnen zijn leeggehaald. Zou het dan een spookstad worden?

Grootste zoutvlakte ter wereld
Eindelijk is het dan zo ver, tijd om door te gaan naar Uyuni. De plek in Bolivia die ik heeeel graag wil bezoeken. Hier is namelijk de grootste zoutvlakte ter wereld te vinden. De busreis naar Uyuni is ontzettend mooi. Onderweg zien we bergen, bergen en bergen. In allerlei kleuren, van groen, grijs, bruin tot rood. Ze steken erg mooi af tegen de strakblauwe lucht. Af en toe moet de buschauffeur flink op de rem voor een overstekende alpaca, een kameelachtig zoogdier. Daarnaast zien we schapen en geiten. Ondertussen heb ik helaas wel een lichte hoofdpijn g­­­ekregen, waarschijnlijk vanwege het hoogteverschil. Meer water durf ik nu niet te drinken in de bus, want ik moet enorm plassen. Uiteindelijk hou ik het niet meer vol en vraag de chauffeur of hij kan stoppen voor het toilet. Dat vindt hij geen probleem gelukkig, dus even later kan ik een fijn plekje in de berm uitzoeken. Wat een opluchting! Ja mensen, dit is onderdeel van het leven van een reiziger.

Na een nacht slapen gaat de tour naar de zoutvlakte beginnen! In een 4×4 jeep rijd ik met Spaanse gids en 5 Duitsers richting het treinenkerkhof. Daar staan diverse locomotieven en treinstellen te verroesten. De treinen werden voornamelijk gebruikt voor de mijnbouwindustrie, maar toen deze instortte werden de treinen verwaarloosd, met dit treinenkerkhof als resultaat. We maken een paar foto’s en gaan daarna snel weer verder. Onderweg komen we langs een soort hei en bergen, waarvan sommige bedekt met sneeuw. Ook zien we vicuñas, de kleinste kameelachtige.

Langzaam gaat het landschap over van een kale zandvlakte naar de zoutvlakte. Met een oppervlakte van ruim 10.000 km2 is Salar de Uyuni de grootste zoutvlakte ter wereld. Lang geleden was hier een groot prehistorisch meer, dit is langzaam opgedroogd, waardoor o.a. deze zoutvlakte is overgebleven.

Zout, zouter, zoutst
Het moment is gekomen, we mogen onze eerste stappen op het zout zetten. Er zit een mooi ruitjespatroon in het zout, het lijken net tegels. Ik dacht dat het kwam door het delven van de witte korrels, maar het blijkt te worden veroorzaakt door de regen die op het zout terecht komt en dat leidt tot een chemisch proces. Er liggen bergen met zout klaar om opgeschept te worden voor consumptie. Het moet alleen nog wel verwerkt worden. Ik ben natuurlijk nieuwsgierig hoe het ‘vers’ smaakt en stop een klein beetje van het zout in mijn mond. Het smaakt inderdaad zoals zout, maar met een aparte nasmaak.

Iets verder komen we bij het Dakar monument uit 2014, dat gemaakt is van, jawel, zout. Daarnaast ligt een Zouthotel, waar we lunchen. Het is compleet gemaakt van zout, van de muren, tot de bedden, tot zelfs de tafels en krukjes. Het eten is prima verzorgd en hoewel ik tegenwoordig zo min mogelijk vlees eet, wil ik toch een klein stukje lama proberen. Het smaakt vrij ‘normaal’, vergelijkbaar met rundvlees, maar dan wat taaier.

Gedurende de dag is de zon warm, vooral in de auto. De wind is wel erg fris, dus een vest is toch handig. Het zout glinstert een beetje en de zon schijnt prachtig over de vlakte. Overal om ons heen is het wit, het doet bijna pijn aan je ogen.

Dan is het tijd voor het speelkwartier, dat een uur duurt: het nemen van leuke perspectief foto’s. De zoutvlakte is met zijn uitgestrekte landschap de ideale plek daarvoor. Kleine objecten kun je heel groot laten lijken en grote objecten kunnen er heel klein uitzien op de foto, erg grappig. We fotograferen er op los met de hele groep en allerlei attributen, zoals de jeep, een ring en een banaan.

Plots verschijnt er een eiland midden op de witte vlakte. Het is het Cactuseiland, Isla Incahuasi, dat net een oase lijkt of een fatamorgana. Het eiland ligt wat hoger en vanaf daar hebben we een mooi uitzicht op het zout. Het voelt bijna alsof ik droom, zo bijzonder is het eiland als ook het uitzicht. Het eiland is het overblijfsel van een oude vulkaan die in het meer lag. Het water is verdampt en de zoutvlakte is overgebleven als ook het cactuseiland. Ik zou hier de hele dag wel kunnen blijven zitten, starend naar de vlakte, maar na een uur is het tijd om richting onze slaapplaats te gaan.

Na heel wat uren rijden komen we aan bij ons zouthotel. We krijgen thee en soep om op te warmen, wat zeker nodig is, want de temperatuur daalt hard. Het is fris in het hotel, maar met een slaapzak is het prima te doen. De sterren zijn niet super zichtbaar want de maan is vrij fel. Anders zou het prachtig zijn denk ik. Wie weet, wat morgen ons brengt.

Mooi, mooier, mooist
Nou, heel wat! We hebben de zoutvlakte helaas verlaten, maar beginnen onze dag met een bezoek aan een vulkaan. Aan de ene kant ligt Bolivia en aan de andere kant Chili. De omgeving is mooi met uitzicht op de rokende vulkaan. We rijden verder door het droge zand met plukken gras erin en bergen en vulkanen er omheen. Het landschap is heel droog en de weg ligt vol met keien. Tijdens de bumpy ride in de jeep worden we goed wakker geschud. Het droge zand proef je in je mond.

We zijn de ochtend fris begonnen, maar gelukkig wordt het warmer nu de zon weer present is. Wat ik nu te zien krijg, doet de kou sowieso even vergeten. We stoppen bij een meer dat vol staat met flamingo’s. De bergen rondom het meer weerspiegelen prachtig in het water, dat de perfecte spiegel vormt. Het ruikt wat zout- of zwavelachtig, maar het is adembenemend. Net als de volgende stop bij een ander meer met drie verschillende soorten flamingo’s. De dieren maken een grappig geluid en de roze stipjes staan in mooi contrast met het lichtblauwe water. Naast de flamingo’s, komen we nog heel wat ander ‘wildlife’ tegen. Natuurlijk een heleboel lamas, vicuñas en alpacas, maar ook struisvogels, ezels en viscachas. De laatste zijn knaagdieren uit de familie van wolmuizen en ze lijken op een uit de kluiten gewassen konijn.

De hele dag rijden we van het ene geweldige landschap naar het andere. We komen langs diverse lichtblauw gekleurde meren en zien vele flamingo’s. Het landschap gaat van zandachtig met grasplukken naar een uitgestrekte vlakte. We komen langs verschillende natuurlijke bezienswaardigheden, zoals ‘Siete Colores’, ‘Arbol de la Piedra’ en Laguna Colorada’. Het laatste meer is bijzonder, want het bestaat uit de kleuren rood, wit en blauw. Precies, de Nederlandse vlag! De witte kleur schijnt borax te zijn, en lijkt net ijs, sneeuw of zout. Gemixt met algen vormt het deze kleuren. Het meer zou natuurlijk niet compleet zijn, zonder een troep flamingo’s.

De zon gaat langzaam onder en met de opkomende wind voelt het fris aan. We rijden door naar het hotel, dat erg basic is. Het maakt me allemaal niet uit, ik ben midden in de prachtige natuur, ik heb ruimte en er is geen herrie om me heen. Compleet de omgekeerde wereld ten opzichte van Hong Kong.

Het diner smaakt goed, als ook de fles rode wijn die de gids ons aanbiedt. Het is de Boliviaanse wijn Kohlberg; de wijngaarden zijn niet heel ver hier vandaan. Ik hou normaliter niet van rode wijn, maar deze is redelijk zoet en daardoor best lekker. We vragen onze gids mee te drinken en daarna voegt ook de gids van een andere groep zich bij ons. Hij heeft geholpen met een kleine reparatie aan onze jeep en is veel spraakzamer. Ik begrijp redelijk wat van zijn Spaans en hij is grappig. Zo vraagt hij bijvoorbeeld naar mijn leeftijd. Ik weet dat ik de oudste van de groep ben en ik zeg vaag: “Ik ben oud”. Waarop hij antwoordt: “Jij bent niet oud, de bergen hier dié zijn oud. Daar kan ik hem alleen maar gelijk in geven.

Voordat we vroeg onder de wol kruipen, werpen we snel een korte blik op de sterrenhemel. Dat ziet er veelbelovend uit.

Cocabladeren
In de slaapzak en onder de dekens is het warm genoeg, maar toch slaap ik slecht. Misschien komt het door de cocathee die ik eerder deze avond nam en door het kauwen op de cocabladeren. Dat kauwen gaat als volgt. Je neemt een aantal vrij droge cocabladeren, daar kun je een stukje as bij doen om het beter te laten plakken. Dan vouw je de bladeren dubbel. Je stopt ze in je wang en laat de bladeren langzaam zacht worden met behulp van je speeksel. Wanneer de bladeren zachter worden kun je rustig kauwen en ze daarna weer in je wang duwen. Dit kun je ongeveer een uur zo volhouden. De cocabladeren zijn nauwelijks verslavend. Wat natuurlijk wel verslavend is, is de cocaïne, die uit de cocabladeren geëxtraheerd kan worden, maar daar heb je heel wat kilo’s cocabladeren voor nodig.

Een leuk weetje is dat Nederland in de 20e eeuw marktleider is geweest in de handel in coca en de productie van cocaïne. De eerste struiken werden vanuit Bolivia naar Java gebracht, en Nederlands-Indie werd de grootste teler van cocaplanten. De bladeren werden vervolgens verwerkt tot cocaïne in de Nederlandsche Cocaïnefabriek in, waar anders dan, Amsterdam. Publiekelijk werd bekend gemaakt dat de cocaïne gebruikt werd als geneesmiddel, maar het is natuurlijk geen geheim dat het ook als genotsmiddel gebruikt werd.

Hoewel ik na het kauwen van de bladeren niet goed slaap, denk ik weinig effect te merken van de thee noch van het kauwen. Een Duitse groepsgenoot zei binnen 1 minuut na het kauwen dat zijn hoofdpijn was verdwenen…. Dat lijkt mij sterk en een mooi broodje aap verhaal, maar wanneer ik het later opzoek blijkt een ‘cocakauwer’ daadwerkelijk binnen een minuut het effect te kunnen merken en kunnen pijnen als sneeuw voor de zon verdwijnen. Was het dan toch de reden waarom ik niet zo goed heb geslapen?

Koud, kouder, koudst
Om 4.00u gaat de wekker af en heeft niemand zin om zijn bed uit te springen, want buiten de dekens is het koud. Toch staan we op, daar we de sterren willen gaan bekijken. De hemel is mooi verlicht met twinkelende lichtjes en we zien meerdere sterrenbeelden alsook de Melkweg.

Het ontbijt is goed met pannenkoekjes met doce de leite, jammie! Het klinkt wellicht wat vreemd om een soort van caramel op je pannenkoek of brood te smeren, maar in Nederland bedekken we het met chocolade in de vorm van pasta, vlokken of hagelslag. Of, zoals ik nog van verhalen van mijn moeder herinner, met speculaaskoekjes.

Tijdens het sterren kijken hebben we de kou getrotseerd, maar dat is nu over. Het is zo koud dat we in de jeep in onze slaapzakken gaan zitten. Onderweg rijden we door wat sneeuw en op de autoramen heeft zich een dun laagje ijs gevormd. Als kers op de taart, werkt de verwarming in de auto niet. Mijn voeten doen zo’n zeer van de kou, ik kan wel huilen. De eerste stop van de dag maken we bij wat geisers en bubbelende modderpoelen. Heerlijk, de stoom die hier vanaf komt, dit is perfect om even mijn voeten te verwarmen. De zonsopkomst is prachtig en geeft een heel mooi licht over de geisers. In combinatie met de stoom, vormt het een mysterieus geheel.

De volgende stop zijn de hotsprings. Om er in te gaan, moet je uiteraard je overkleding uittrekken. Dit kun je buiten in de kou doen. Daarna wordt je beloond met een heet bad, dus op zich is dat nog niet zo’n probleem. Je moet er echter ook een keer uit en dat betekent met natte huid in de kou staan en je snel omkleden. Ik krijg het al koud van het idee alleen en besluit dit over te slaan. In plaats daarvan steek ik de helft van mijn benen in de hotspring en het is heerlijk. Eindelijk ontdooien mijn voeten en worden ze warm.

Wanneer we de hotsprings achter ons laten, begint de zon haar best te doen. Het wordt langzaamaan warmer en de slaapzakken kunnen aan de kant. Het bevroren drinkwater in de fles begint ondertussen te smelten. Via de Salvador Dali Desert en uitzicht op bergen met sneeuw, komen we uit bij Laguna Verde. Hoewel dit ‘groen meer’ betekent, is het meer blauw en rood dan groen. Er komt wat stoom van het meer, de ochtenddauw. Daarachter ligt een mooie vulkaan, die voor de glimmende stenen rondom het water heeft gezorgd.

Om 9.30u hebben we er al een halve dag op zitten en wordt de hele groep Duitsers afgezet bij de grens met Chili, waarvandaan zij verder reizen. Ik blijf alleen achter met de gids. Samen rijden we het hele stuk terug naar Uyuni, een lange reis van ongeveer acht uur. Het is overigens absoluut geen straf, want de omgeving blijft geweldig. We zien nogal wat vulkanen, maar deze zijn geen van alle actief.

In principe is de tour afgelopen en rijden we vrijwel non-stop terug naar de startplaats. Ik vind de zit toch wel lang en heb gelezen over een meer waar we nog niet geweest zijn: Laguna Negra. Ik vraag de gids of we daar een stop kunnen maken. Hij lijkt wel oren te hebben naar een tussenstop en maakt dankbaar gebruik van mijn verzoek. Via een vallei met kleine stroompjes water, lopen we naar het meer. Er staan wat lama’s in de vallei en ik heb ondertussen een kenmerk ontdekt. De lama’s kijken op wanneer ze geluid horen, maar doen dat stuk voor stuk met een vertraagde reactie van een seconde of twee. Het geeft een heel komisch effect. Onderweg zijn we al tientallen lama’s tegengekomen. In plaats van koeien, zijn de lama’s hier de ‘boerderijdieren’. Ze worden voornamelijk gehouden voor de wol en het vlees. Vanwege de grote getalen lama’s, hebben ze hier verkeersborden die waarschuwen voor lama’s, net zoals bijvoorbeeld de verkeersborden met kangoeroes in Australië.

Na een korte wandeling komen we aan bij het meer, dat er bruingekleurd uit ziet. Het is omringd met donkere rotsen en het lijkt wel op een canyon. Dit woestere landschap is totaal anders dan wat we eerder gezien hebben en ik ben dus erg dankbaar dat de gids gehoor gaf aan mijn verzoek.

Hoewel het deze ochtend zo verschrikkelijk koud was, begint het nu aardig te broeien in de auto. Langzaam gaat de kleding laagje voor laagje uit, totdat ik nog maar een paar kledingstukken aan heb. Van T-shirt + shirt met lange mouwen + vest + winterjas en legging + broek, drie paar sokken, een muts, sjaal, handschoenen én een slaapzak ga ik naar een legging en T-shirt en ik heb het nóg te warm!

Rijk, rijker, rijkst
We komen steeds dichterbij Uyuni en ik ben ondertussen behoorlijk moe, mijn ogen zijn zwaar en vallen bijna dicht. Ik wil er alleen niet aan toegeven, want ik wil zolang mogelijk van al het moois genieten. We rijden langs de mijn van San Cristobal, waar sinds ongeveer tien jaar zilver wordt gedolven. Dit zou één van de grootste mijnen van Bolivia zijn en tevens groter dan die in Potosí.

Na uren rijden arriveren we weer in Uyuni. De jeep moet goed gewassen worden, want deze zit vol met het losse droge zand. Het mag duidelijk zijn, dit was de tour met de grote contrasten. De natuur in Uyuni is super en bovendien niet té toeristisch. Ik was bang dat ik vooraf te hoge verwachtingen had van de tour, waardoor het tegen zou vallen, maar het was prachtig en onvergetelijk. Ik word zo blij van mooie natuur en reizen! Hoewel ik slechts een paar bolivianos in mijn zak heb, voel ik me enorm rijk. Ik kan dan ook niet anders dan Marco gelijk geven: Je bent net zo rijk als je je voelt.

Hoe zit dat bij jou? Waar word jij blij van? Wanneer voel jij je rijk?

4 thoughts on “Bolivia: Arm én enorm rijk”

  1. Remco says:

    Hey Monique! Weer een prachtig verhaal. Ik had bijna het idee dat ik met je mee aan het reizen was. Een zeldzaam talent om zo beeldend te kunnen schrijven. Schitterend.

    Bolivia klinkt fantastisch. Weer eentje voor mijn bucket list…;-)

    Kun je al een tipje van de kimono geven over je volgende bestemming?

    Blijf genieten en blijf schrijven. Op die manier genieten we een beetje met je mee!

    1. Monique says:

      Hey Remco, leuk dat je blijft lezen en een reactie stuurt! Fijn te horen dat je bijna het idee had dat je mee op reis was, dat is precies mijn bedoeling. Bolivia is prachtig en zeker een aanrader. Ben benieuwd hoe jouw bucket list er inmiddels uitziet 😉

      Zelfs na dit lange verhaal ben ik nog niet uitgeschreven over het land, dus daar zal zeker meer over volgen. Een tipje van de kimono over mijn volgende bestemming…dat is eerder een tipje van de sari!

  2. Tessa says:

    Wow wow en nog es wow.
    Ik wil eigenlijk overal wel op reageren. Het klinkt zo gaaf en lekker avontuurlijk. Zoveel verschil in landschap dat maakt je niet altijd mee. Ik word echt zo enthousiast van jou blog mijn verbeelding gaat alle kanten op. Monique geniet er van ! En maak nog vele reisjes ik ,eens het graag 🙂

    1. Monique says:

      En wow, bedankt voor deze reactie Tessa! 🙂 Leuk te horen dat je er zo enthousiast van wordt enneh…ik maak met liefde nog vele reisjes!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *